Het 7S-model van McKinsey is eind jaren zeventig ontwikkeld en verschilt van veel andere verandermodellen omdat het geen stappenplan biedt en zich ook niet alleen op gedrag richt. Het model helpt je vooral om te beoordelen welke onderdelen van de organisatie door een verandering worden geraakt, welke mogelijk mee moeten veranderen en of ze daarna nog goed op elkaar aansluiten.
Het model kijkt naar de organisatie als geheel: passen strategie, structuur, systemen, leiderschap, mensen, competenties en gedeelde waarden na de verandering nog goed bij elkaar? Daarmee kun je vooraf toetsen of een voorgenomen verandering organisatorisch klopt en welke onderdelen mogelijk mee moeten veranderen.
Het model onderscheidt zeven elementen:
- Strategie – welke koers kiest de organisatie?
- Structuur – hoe zijn taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden georganiseerd?
- Systemen – welke processen, procedures en systemen worden gebruikt?
- Shared Values – welke waarden en overtuigingen worden werkelijk gedeeld?
- Style – welk gedrag laat het management zien?
- Staff – hebben we de juiste mensen en is het personeelsbeleid daarop ingericht?
- Skills – beschikken mensen en de organisatie over de benodigde competenties?
De eerste drie vertegenwoordigen de harde kant van de organisatie. De laatste vier hebben meer betrekking op de zachte kant.


