Onafhankelijkheid is voor vrijwel iedere veiligheidskundige op enig moment in zijn of haar carrière een terugkerend thema. Ook op LinkedIn zie ik er regelmatig discussies over.
Grofweg zijn er twee kampen. Het eerste kamp vindt dat een veiligheidskundige pas echt onafhankelijk is als hij of zij in een aparte afdeling zit, zo hoog mogelijk in de organisatie opgehangen. Het andere kamp vindt juist dat een veiligheidskundige dicht bij de operatie moet staan. Nabijheid vergroot volgens hen invloed, mits je goed borgt dat de veiligheidskundige onafhankelijk kan adviseren.
Persoonlijk zou ik graag beide kampen in een organisatie willen zien. Ik denk dat het onderbrengen van alle veiligheidskundigen in één centrale afdeling zo hoog mogelijk in de organisatie in het verleden vaak vooral werd ingegeven door efficiëntie en kostenoverwegingen. Ik denk dat nabijheid juist invloed vergroot en ook helpt om verantwoordelijkheid voor veiligheid sterker in de operatie te verankeren. Wanneer veiligheidskundigen te ver van de operatie af staan, ontstaat het risico dat veiligheid wordt gezien als iets van de staf in plaats van een verantwoordelijkheid van de lijn.
Tegelijkertijd denk ik dat er een tweede schil moet zijn die deze onafhankelijkheid bewaakt en hoger in de organisatie is gepositioneerd.

Voordelen van nabijheid
Recent las ik een bijdrage op LinkedIn die dit voor mij mooi samenvatte. De kern was ongeveer dit:
Onafhankelijkheid moeten we niet verwarren met afstand.
Een veiligheidskundige die buiten het team staat, verliest vaak invloed. Vertrouwen, nabijheid en begrip van de operatie zorgen er juist voor dat je eerder kunt bijsturen in plaats van achteraf te corrigeren. Bovendien komen signalen uit de praktijk vaak sneller naar boven wanneer een veiligheidskundige onderdeel is van de dagelijkse operatie in plaats van iemand die alleen periodiek toetst of controleert.
De echte vraag is dus niet of een veiligheidskundige onderdeel mag zijn van een team, maar of zijn of haar professionele onafhankelijkheid organisatorisch goed is geborgd.
Dat raakt volgens mij de kern van het vraagstuk.
Onafhankelijk is ook niet hetzelfde als star zijn
Onafhankelijkheid betekent voor mij in de eerste plaats dat je een advies kunt geven waar je volledig achter staat, zonder dat je bang hoeft te zijn voor gevolgen voor je beoordeling, je positie of je baan. Je moet vrij kunnen adviseren en, als dat nodig is, kunnen escaleren.
Maar onafhankelijkheid betekent niet dat je nooit iets mag aanpassen, bijvoorbeeld wanneer de operatie een beter beeld blijkt te hebben van wat in de praktijk werkbaar en haalbaar is, welke impact maatregelen daadwerkelijk hebben en hoe draagvlak kan worden vergroot.
In dat geval is het juist professioneel om opnieuw naar je advies te kijken.
De kern is volgens mij dat je een advies alleen aanpast omdat je zelf overtuigd bent dat het beter of realistischer is, niet omdat je onder druk wordt gezet. Volgens mij zit daar de echte professionele onafhankelijkheid.
Maar er is best een dunne scheidslijn
Wanneer probeert de operatie een veiligheidskundige te beïnvloeden om een advies aan te passen?
En wanneer levert de operatie juist waardevolle feedback die helpt om een beter en realistischer advies te formuleren?
Tegelijkertijd schuilt er ook een risico in langdurige nabijheid. Hoe sterker de relatie met de operatie, hoe groter de kans dat operationele druk of teamdynamiek ongemerkt invloed krijgt op het professionele oordeel. Afwijkingen kunnen langzaam normaal gaan voelen of veiligheid kan ondergeschikt raken aan productie- of planningsdruk.
Misschien is onafhankelijkheid daarom niet alleen een organisatorisch vraagstuk, maar ook een kwestie van professioneel vakmanschap. Het vraagt van een veiligheidskundige dat hij of zij spanning kan verdragen, weerstand kan hanteren en soms ook ongemakkelijke boodschappen durft te brengen. Maar het vraagt ook de professionele eerlijkheid om terug te komen op een eerder standpunt wanneer nieuwe inzichten daarom vragen.
Juist daarom denk ik dat er een tweede schil om de operatie heen nodig is die de professionele onafhankelijkheid bewaakt en als escalatiemogelijkheid kan functioneren. Bijvoorbeeld door periodieke audits, intervisie tussen veiligheidskundigen of een directe escalatielijn naar hoger management wanneer dat nodig is.
Tot slot
Misschien draait professionele onafhankelijkheid uiteindelijk niet om afstand tot de operatie, maar om de vraag of een veiligheidskundige dichtbij genoeg kan staan om invloed te hebben en stevig genoeg blijft staan om te zeggen wat gezegd moet worden.
Hoe kijken jullie hiernaar? Hoort een veiligheidskundige volgens jullie in de lijn of juist daarbuiten?